Werking van zonnepanelen

Een zonnepaneel bestaat uit een aantal aaneengeschakelde zonnecellen. Als u naar een afzonderlijke cel kijkt dan bestaat deze uit twee laagjes silicium, met daartussen een grenslaag. Als de laagjes worden getroffen door zonlicht treedt het fotovoltaïsche effect op. Hierdoor wordt de zonne-energie omgezet in een elektrische stroom. Dit is altijd gelijkspanning. Zonnecellen werken zowel bij diffuus als bij direct zonlicht. Bij directe instraling op het paneel is de opbrengst het hoogst.

Hoe kan de opgewekte stroom gebruikt worden?

De door het zonnepaneel opgewekte gelijkstroom kan op twee manieren gebruikt worden:

  1. Voor woonhuizen en bedrijfspanden is het gebruikelijk dat de opgewekte energie, door middel van een omvormer omgezet wordt in 230V wisselspanning. Via de omvormer gaat de opgewekte stroom naar de verdeelkast zodat u de opgewekte stroom meteen kunt gebruiken. U heeft nu dus twee stroom-voorzieningen:
    het openbare elektriciteitsnet en uw zonnepanelen.
    Het restant dat u niet direct gebruikt wordt direct teruggeleverd aan uw leverancier via het elektriciteitsnet.
  2. Of de panelen worden met een laadregelaar in combinatie met accu’s gebruikt voor kleine gelijkstroom-systemen voor bijvoorbeeld boten, campers en caravans, dit noemt men autonome systemen.